Sinds de scheiding van kerk en staat
Nog maar een aantal weken
Mag alles wat nog ergens in gelooft
Ongezouten opzouten

De C is duimdik overgoten
Met pekel en strooizout
Omdat het in ons keistad college
Maar bleef vriezen
Kregen de goedgelovigen
Het als eersten
Vol voor de kiezen
En konden meteen
Hun biezen pakken

Want alleen in een tunnel
Inclusief bijhorende visie
Mag je in Amersfoort geloven
En sta je snel
Boven op het bordes
Naast een nieuw stel
Aangeklede apen
In grijzige jassen
Met rond de boord
Enerzijds rode
Anderzijds blauwe dassen
Zoals dat tegenwoordig hoort

Een snor en grote muil
Van rood Lubbinges eijckenhout
Moet de nieuwe ploeg
Een stevig smoelwerk geven
Dat nu ineens wel en… als ‘n idioot
Vathorst, de minima het Eemhuis
Voor heel eventjes mag redden
Van de verdrinkingsdood

Want dan wordt de verkiezingscaravaan
Opnieuw opgetuigd
Als zomercarnaval
Waar de gekte weer
Zonder pardon mag zegevieren
Op praalwagens van Bekkers bordkarton
Zonder supporters langs de straat
Want niemand is langer gebaat
Bij al die geldverspilling
En zien onze sappige gemeentekelders
Begin 2014 gewoon negen wachtgelders

En Menno vraagt zich op zijn knieën af
Als goed Bourgondisch christen
Waarom Onze Lieve Vrouw haar handen
Van deez’ zwaar melaatse stad
Heeft afgetrokken
En hij tussen de spijlen van het spelonk
Alleen ICT en onderwijs weer ziet lokken

Ok, de stoel van eersteling Ben,
Was al veel te snel vergeven
Door het BPA-bacil
Want wie mocht daar
In het rijk der helden
Het trotste haantje wezen
Hij kon het weten:
De geschiedenis liegt zelden

En ook de nestor van de club
Ons enige boefje Gert
Altijd ontkomen aan justitie
Mocht het langste zitten
Zeker langer dan zijn laatst’ en
Daagse kamerexpositie
Ook Gert heeft zomaar tijd
Om deze hete zomer
Zijn Nieuwlandse hebben en houwen
Nu eens echt ‘grondig’
Door Hans Vahstals Oppidium
Te laten verbouwen
Zodat zijn bereik
Opeens verdrievoudigd is
Terwijl hij zelf
Met zwembroek en sigaar
In het Henschotermeer
Ligt opgevouwen

Zo slecht zijn de regelingen niet
Zullen de heren denken
Als de politiek
Zo ernstig ziek is
Wordt het tijd
Je niet langer te vermoeien
En rust te nemen
Zodat beide benen worden verlost
Van zwaar knellende boeien
Om ongestraft eens te speuren
Naar een vers vrijgekomen
Burgemeesterspost
Van Soest tot Winterswijk
Van Goes tot Harderwijk

Terwijl een eenzame Bolsius
Nog ‘n laatste kaarsje brandt
Blijft Onze Lieve Vrouw
Ongezouten
En in juiste termen
Zich over jullie
Moederlijk ontfermen