Er waren mensen die geschrokken naar me wezen,

een kind dat op een vaderschouder werd gehesen,

 

een vrouw die me angstvallig smeekte om haar hond

niet op te eten. Er was, dacht ik, een paradijs dat ik

 

niet zag. Ik was het zat: hoe iedereen in het verblijf

al jaren met elkaar was uitgepraat, hoe ik mijn dagen,

 

haast inwisselbaar verdeed, hoe mijn leven op een

kijkdoos leek. Ik wilde weg en groef me driftig naar

 

een nieuw bestaan. Zo kwam ik in een vreemde wereld

aan: er was niet op mij gerekend. Er was niet aan mij

 

gedacht. Het paradijs was geen gigantisch landschap

dat strekkend in zichzelf verdween: het was een park,

 

het was een wereld waarin ik niet welkom was,

het waren mensen en alle mensen waren bang –

 

hoe ik me niet bewoog, toen iemand met een wapen kwam.

 

(september 2021, over de uitbraak van twee wolven in Dierenpark Amersfoort)