Bij de dreigende uitzetting naar Armenië van het gezin Shahbazyan

 

Hoe zeg je in een taal die je niet spreekt dat je voor je leven vreest?

 

Ik las dat jij – een kind van zeven met de zwaarte van een langer leven –

je hebt geschaamd. Waarvoor? Voor je bestaan? Je hebt niets verkeerd gedaan:

je wortelde je in een grond die veilig was, kreeg uitzicht op een thuisland zonder angst.

 

Hoe kom je in een vreemd land thuis? Niemand die het weet, maar je moet weg.

Nu hangt je leven af van een godvergeten document. Het lijkt bijna of je voor de

vastgeroeste bureaucraten niets meer bent dan een dossier, een onbenullig procedé.

 

Hoe wis je alle sporen van een beter leven uit? Je hoort te dromen over wat

je krijgt voor je verjaardag, wat je worden wilt als je straks groter bent,

dat een liefde ‘ja’ zegt op je vraag, maar nu, na al die jaren, moet je gaan.

 

Ik las dat jij – een kind dat voetbalt, woont in een doodgewone straat,

braaf naar school toe gaat – geen aanspraak maakt op een normaal bestaan.

Nu dwingt een dienst je terug te gaan naar waar je nog niet eerder bent geweest.

 

Hoe zeg je in een taal die je niet spreekt dat je voor je leven vreest?