Arjen van der Linden

Stadsdichter 2010-2012

Over Arjen

Arjen is Kunstschilder, drummer, tekstschrijver, docent en ex- stadsdichter van Amersfoort .

“Ik kan moeilijk kiezen, vind alles vreselijk leuk! Het gevecht op doek of papier, met beelden, teksten, materie. Of met muzikanten de muziek eindeloos laten swingen, dat teamwork. Prachtig!”

Er zijn drie boeken uitgekomen de laatste jaren:

  • Als was (schilderijen en gedichten) 2010
  • Voor jou en jij (teksten bij foto’s van Nico Brons) 2013
  • Als niets (poëzie novelle)2016

Het doek kreunt in zijn voegen
Geschept papier verschiet van kleur
Letters leggen woorden en
Een vierkwartsmaat beukt op de deur

 Ik heb mijn dag
Het breekt weer open

Het leven draait om scheppen en opgeschept worden, zo simple is het…

Weg

mijn slotgedicht als stadsdichter

Het is zo’n jaar
Waarin alles om je heen
Weggaat uitglijdt
Oprijdt of Achterlaat
En de laatste hand
Los van welk misverstand
Gegeven wordt

Het is zo’n jaar
Waarin alles om je heen
Een and’re afslag neemt
Handgas geeft
Pijn beleeft
Vecht en bokst
Tegen die bittere bierkaai

Zo’n jaar waarin de kunst
Verwordt tot speeltje
Elk boek verveelt je
De download gratis heet
En broos mens’lijk leed
Wollig wordt ontbloot
Want Oh Cherso is de norm
In onze Beeldenstorm

Maar ook zo’n jaar waarin
De wijkkunstenaar
Zijn laatste beelden schiep
Een Zonnehof liet stralen
En nog 1 keer over hoofden liep
Als was het wassend water

En Theo leek weer even God
En zag dat het zo goed was

Voor al die generaties later

juni 2012

 

Nondeju

over de misstanden in de katholieke kerk, ook in Amersfoort

Hij leek de voorbeeld katholiek
Vergreep zich slechts een keer of 3
Aan de absolute onschuld
Van hem toevertrouwde dienaars
Door pater in wijwater gewassen

Het viel pas op toen die knapen
Opeens in bed gingen plassen
En weer werden gewassen
Om wonderolie te moeten willen
Op hun witroze jongensbillen

Simonis wist er zeker van
Maar wilde hem beschermen
Tegen de boze buitenwereld
In termen van lering en vergeving
Bekering en nooit-meer-sexbeleving

Het was immers een vriendelijke man
Viel op lieve jongens van veertien
Die hij bij nader weerzien nog even
Extra zegende voor het feit
Dat wij niet allen gelijk zijn

Café de Kardinaal
Meneer Pastoor
En De Non
Wisten wel beter
Dat het ook heel anders kon

‘t Nonnetje live ontfermt zich
Nu nog schijnmaagdelijk over
Natnek zuipers en geloofsbarbaren
Die hun prille onschuld al veel
Eerder rond de gracht lieten varen

Het wemelt nog van vrome smoelen
Die steeds wat anders thuis bedoelen
Mijdt de pastor nonnenvlees
Zijn roeping lijkt verhoord
En wordt hij zelf kanonnenvlees

Hij zij het

Gedicht waarmee ik stadsdichter 2010-2012 werd

Garnizoensstad van weleer
Kazernes bij de vleet
Soldaten in de kroegen
Soldij en damesleed

Maar een vroege overgang
Verbreedde beide dijen
De Randstad zoog zich vast
En kogels werden keien

Op naar de zee
De Zuider- Zuiderzee
Zeezicht aan de Eem
En iedereen ging mee

Van Schot- tot Vathorst
Kattenbroek aan kop
De architect herleeft
En Zielhorst op de schop

De stad met korte wallen
Waar ied’reen in gelooft
Waar ied’reen weer-keert
De stad met waterhoofd

De stad met hart
Erotisch en versneden
Potent met Lange Jan
Onze Lieve Vrouw beneden

De stad met ronde heupen
Vlezig, vol en mals
Maar ook mannelijk gespierd
En soms wat vrolijk vals

Amersfoort is Het
Het leeft rond de grachten
Het maakt zich niet meer druk
Het glimlacht in gedachte

Een vrouw in herenjas
Of wolf en schaap gepaard
752 in de benen
Bejaard maar  nog behaard

okt. 2009

Grid

Opening Amersfoort fotostad

Zwarter dan wit
Grauwgrijs als winterse
Lucht rond de torenspits
Van onze Lange Jan
Waar marmerwitte duiven
Drijven op de wind

Nergens ter wereld
Kan het zwart-wit denken
Zo mateloos bewonderd en
Sluitend uitgelicht worden
Als nu en hier – oké
Amsterdam uitgezonderd

Grid grijpt
Grid gromt
Grid groeft
Grid proeft het
Zoutzure zoet
Van haar aanbidders
Grid graaft
Grid grut
Grid gridt
Grid klikt

In de donk’re kamers
Van ons tegelgrijze brein
Groeit plots als biënnale
Het passende bewustzijn
Dat wij vergroot van trots
Allen ‘n beetje kunst zijn

Onze albums en dressoirs
Met uitgesneden koppen
Van kinderen eerstejaars
Komen nu geheel spontaan
In een zichtbaar ander
Voetlicht te staan

En zie
Het genie
De foto
Jij
En ik

De klik

mei 2012

Festival

over Dias Latinos

Er glijdt een ijle toon
Van gesmoorde
Trompet over het
Dampende plein
Het stadshart bonkt
En schuimt

Ingesloten door een
Muur van drums
En bass in buik
Grooves van zeek’re
Zuid-Amerikaanse
Afkomst

Duivelse dissonanten
In zwaar vervuilde
Akkoorden en oneven
Maten die toch
Na enig aandringen
Dansen

Natgehouden op bier
Pompen alle fans
Fruitig gekleed
De heupen op elkaar
De schouders omklemd
De overgave

In mei capituleert
Mijn stad voor
De verwoestende kracht
Van zwarte gospel
Bop en latin
Jazz en juice

Hulde aan de vijand

Mei 2011