Eva Vleeskruyer

Stadsdichter 2017-2019

Over Eva

Eva Vleeskruyer is zangeres en schrijver van liedjes, kinderverhalen en de filosofische fabel ‘De rijkste man van de wereld’. Haar achtergrond in het onderwijs en kinderopvang en haar passie voor muziek en creatieve uiting hebben geleid tot het opzetten van haar bedrijf ‘Create Your Mind’. De workshops die Eva aanbiedt leren kinderen in hun eigen kracht te staan, open te communiceren en te genieten van hun leerproces. Zij zet in samenwerking met andere kunstenaars en artiesten haar passie en fantasie in, om kinderen hun talent te laten herkennen en de
mogelijkheden van creativiteit te ontdekken.

Eva Vleeskruyer organiseerde een aantal jaren jazz sessies en sloot zich aan bij het Amersfoorts Singer/Songwriter Gilde. Ze treedt regelmatig op met verschillende jazzmuzikanten. Voor de kleintjes ontwikkelde Eva een muzikaal hoorspeelverhaal, waarin kinderen zelf kunnen meespelen en zingen. Eind januari 2017 is Eva verkozen tot stadsdichter Amersfoort. In samenwerking met Gusta Romijn van Scholen in de Kunst, Dini Scheper, VO adviseur van de Bibliotheek Eemland en schrijfster Jolanda Oudijk is Eva het project “Wat zeg jij?” gestart: de verkiezing van een Amersfoortse junior stadsdichter.

 

De dag van het vergeten woord

Ik wilde
Wat zeggen
Maar nu weet ik het
Niet meer
Ik tel tot tien
Vergeet te zoeken
Omdat ik
Aan de praat
Gehouden word
En vind jullie
Dagen later
Slapend onder een dekentje
In de kast….

Noem mij gerust een huisduif
Maar geen voddemoêr
Het gekonkelefoes smiespelt mij
Weepsch ter ore
Ik zou de knevel dragen
In dit pantoffelregiment
Dan is mijn vent
Mooi in de aap gelogeerd
Als hij fanfaronneert
Over babiolen
Uit de kakocratie
Maar ik lieflok hem
En lees mijn boek
Tot ik bezadigd ben

De witte engel

zuster
ik ben bang
ik weet niet waar ze zijn
het geluid van een remmende trein pijnigt mij
niet zozeer
als het niet weten
of er een weerzien is
laat staan wanneer

in het nest van de adelaar
steel je de eieren
wellicht zonder gevaar
je noemt ze je vrienden
beklemmend unheimlich
het bekruipt mij
de kuikens krijsen
alleen als ze de bek nog sperren kunnen

zuster
nog niet weggaan
ze zeggen
dat ik op vakantie ga
de zilte lucht zal heilzaam zijn
toch zuster?
commandant?

Het heksenasiel

in een donkere nacht, het was troosteloos laat
zat ze nat op haar gat aan het eind van de straat
haar hoed was gedeukt en haar jurk was gekreukt
een knak in haar bezem, ze keek nogal kwaad

wat moet je?
snauwde het snoetje met oogjes als glas
heus zit ik hier niet voor mijn lol in een plas
ik moest wel ontsnappen, ik moest ervandoor
want daar kon ik niet blijven hoor

ook de stromende regen
houdt mij echt niet tegen
maar wel de muur van dit stomme kantoor

ik vroeg waarom het haar dan niet beviel
dat was slecht gekozen
ze werd alleen bozer
ze beet me en riep
ik ben vals, niet debiel
dus stop mij nooit terug
in het heksenasiel

Wees gegroet

voet voor voet
treed ik in jouw spoor
de gelijkenis is natuurgetrouw
de moeder
het beeld van de vrouw
in het water
weerspiegelt haar ziel
zij draagt onze vader
zij voedt de lammeren
zij troost de armen aan haar boezem
haar gezicht
verlicht mijn pad
ik weet weer waar ik sta
en ik ga verder
voet voor voet
vind ik mijn weg
in deze stad

Dit is mijn dag

dag oude dag
dit wordt een nieuwe dag
ik kraak misschien
maar ik piep niet
want er is niemand
die dat wil horen
in het voorbijgaan
draait de aarde
als een carrousel
toch draait ze
steeds sneller
tot we er allemaal
aflazeren
maar mijn tijd strekt zich uit
en mijn tijd duurt
dat blijkt
mijn nieuwe dag
begon vandaag
om vier uur ’s nachts
ik besloot maar op te staan
en de geraniums
voor de gein
eens lekker buiten te zetten
ik dacht dat ik de enige was
dag oude dag
dit wordt mijn nieuwe dag
het is me vergeven
ik heb niets te verliezen
dus alles mag

Tussen twee torens

tussen twee torens
werd ik geboren
links van mij de koningin
wiens onderdaan ik mij waan
als ik gracieus zwalkend
wat afstand neem
om te zien of zij wel
recht blijft staan
rechts kijk ik uit
mijn slaapkamerraam
serene zondagsklokken
trekken op uit de bekegelde nevelen
de stoom die afgeblazen werd
in het feestgedruis
verdampt onder een frisse zon

en naast een veel te dikke pony
stap ik met mijn nieuwe schoenen
door de modder
je korte beentjes reiken
niet half tot de stijgbeugel
en je lacht ondeugend
bij de val van de Reuze duplo muur
waar je buurjongetjes al een uur
zoet mee waren

ik verklaar de vrede
reik de stenen aan maar
het spel laat zich niet leiden
de voetjes diepgeworteld
in de klei
goed gegrond
onze grond, van jou en van mij